Onder de huidige omstandigheden heeft Louis Pasteur aangetoond dat leven alleen kan ontstaan uit reeds bestaand leven. Moderne ideeën over de oorsprong van het leven volgen Oparins suggestie dat het leven is ontstaan in een reducerende atmosfeer bestaande uitH2, CH4, NH3, en H2O. Miller toonde aan dat aminozuren spontaan konden ontstaan in een dergelijke atmosfeer. Eenvoudige proteïnen ontstonden waarschijnlijk uit dergelijke aminozuren. Zelf-perpetuerende systemen werden geselecteerd en bestendigd terwijl andere systemen ontrafeld werden. De oorsprong van DNA replicatie en moderne proteïne synthese zijn momenteel het onderwerp van verschillende concurrerende theorieën.
Spontane generatie: Theorie die vóór Pasteur de boventoon voerde, dat leven gemakkelijk en spontaan zou kunnen ontstaan uit niet-leven.
Francesco Redi (1600): Weerlegde de spontane generatie van vliegen; toonde aan dat de larven uit kleine eitjes kwamen, niet uit rottend vlees.
Uitvinding van de microscoop (rond 1700):
Leidde tot de ontdekking van bacteriën. Vroege experimenten, gebrekkig door slechte sterilisatie, leken aan te tonen dat bacteriën konden ontstaan uit niet-levende materie.
Louis Pasteur (jaren 1860): Perfectioneerde sterilisatietechnieken en herstelde alle eerdere experimenten. Hij bewees dat goed gesteriliseerde bouillon steriel bleef als bacteriën werden geweerd, maar dat gewone lucht bacteriën bevatte die de bouillon konden besmetten tenzij voorzorgsmaatregelen werden genomen. Dit leidde tot de theorie van de biogenese – leven kan alleen ontstaan uit reeds bestaand leven.
Alexander Oparin (jaren 1930): Stelde voor dat de oorsprong van het leven onmogelijk was onder de huidige omstandigheden, maar dat het leven spontaan was ontstaan onder heel andere omstandigheden op de primitieve Aarde (primaire abiogenese). Hij stelde dat leven alleen kon ontstaan in een waterstofrijke reducerende atmosfeer, die volgens hem waterstof (H2), methaan (CH4), ammoniak (NH3), en waterdamp (H2O) bevatte. J.B.S. Haldaneponeerde onafhankelijk een gelijkaardige theorie, maar de meeste wetenschappers negeerden deze ideeën tot in de jaren 1950. Chemische evolutie en de oorsprong van het leven: De huidige ideeën over de oorsprong van het leven zijn gebaseerd op de Oparin-Haldane theorie van chemische evolutie, waarin het leven geleidelijk ontstond in een reducerende atmosfeer.

  • Het zonnestelsel is waarschijnlijk ontstaan uit een wervelende nevel, die zich vormde tot de zon in het centrum en de planeten aan de rand.
  • Aminozuren zijn waarschijnlijk ontstaan op een manier die lijkt op de reacties van Miller’s experiment. De verbindingen losten op in de primitieve vijvers en oceanen en vormden een “hete, verdunde soep.”
  • Eiwitten en DNA kunnen zich als polymeren vormen door kleinere eenheden aan elkaar te koppelen, maar niet voordat de kleinere eenheden geconcentreerd zijn. Verschillende concentratiemeahcnismen (getijdenpoelen, kristaloppervlakken, zeepbelachtige druppels, enz.) zijn voorgesteld.
  • Moleculen die zonder leven worden gemaakt zijn gewoonlijk symmetrisch of hebben gelijke verhoudingen van rechts- en linkshandige vormen, maar biologische systemen bevatten meestal asymmetrische moleculen. Aminozuren gemaakt door organismen zijn meestal van de L- (linkshandige) vorm, maar experimenten zoals die van Miller gaven rechts- en linkshandige aminozuren in gelijke verhoudingen. Moleculaire asymmetrie is een belangrijke eigenschap van het leven, maar we weten niet precies wanneer of hoe het is ontstaan.
  • Op een gegeven moment vormden biologische systemen minuscule druppeltjes met lipide- of eiwitmembraanachtige oppervlakken. Verschillende autoriteiten hebben zich verschillende soorten druppeltjes voorgesteld en noemen ze “coacervaten”, “microsferen”, “protobionten”, enz.
    Wanneer deze druppels eenmaal gevormd waren, kon de inhoud ervan concentraties bereiken die sterk verschilden van die welke buiten of van elkaar heersten (zij hadden individualiteit). Sommige waren zeker stabieler dan andere, en werden bevoordeeld door “protoselectie,” vooral als zij in grootte konden toenemen en fragmenteren in kleinere druppels, een primitieve vorm van voortplanting.
  • De synthese van eiwitten was oorspronkelijk zeker veel eenvoudiger dan nu en was waarschijnlijk veel minder betrouwbaar in het bestendigen van gelijkheid. Enzymactiviteit kan bij toeval zijn ontstaan. De oorsprong van DNA replicatie is onduidelijk. Enkele biochemici geloven dat DNA replicatie voor eiwitsynthese kwam, maar de meeste zijn voorstander van het “eiwit eerst” standpunt, waarin RNA en DNA in eerste instantie werden geselecteerd voor hun rol in het betrouwbaarder maken van eiwitsynthese.

Exobiologie: De zoektocht naar leven elders, buiten de planeet Aarde.Tot op heden bestaat er veel bewijs voor Miller-stijl synthese van aminozuren, stikstofbasen, en andere verbindingen elders in ons zonnestelsel. Er is nog geen hard bewijs gevonden dat het leven ergens anders dan op Aarde is ontstaan, maar veel wetenschappers achten een dergelijke oorsprong zeer waarschijnlijk.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.